Tijdens de herfst en winter lopen veel mensen griep of verkoudheid op. De virussen die griep en verkoudheid veroorzaken, zitten in druppeltjes snot, slijm en speeksel. Ze worden door praten,
hoesten of niezen verspreid. De kans op besmetting is vooral groot in ruimten waar mensen dicht bij elkaar zitten en waar slecht geventileerd wordt, zoals in een trein of bus, op school of
kinderdagverblijf. Virussen worden ook overgedragen via handen, bijvoorbeeld als iemand u een hand geeft, of via voorwerpen zoals deurknoppen en speelgoed.
Verklein de kans op besmetting
De onderstaande maatregelen verkleinen de kans dat u besmet wordt, of dat u griep of verkoudheid aan anderen overdraagt. Leer de maatregelen ook aan kinderen.
- Was regelmatig uw handen met water en zeep en raak zo min mogelijk uw mond, neus of ogen aan. Handen wassen is belangrijk voor het eten én na het hoesten, niezen of snuiten. Droog de
handen met een stuk keukenrol of een papieren handdoekje. - Houd uw hand of zakdoek voor uw mond als u niest of hoest. Nies of hoest niet in de richting van een ander.
- Gebruik bij voorkeur papieren zakdoeken, tissues of handdoekjes en gebruik ze éénmalig. Gooi ze na gebruik in de vuilnisbak.
- Maak voorwerpen zoals deurknoppen vaak schoon. Was ook regelmatig beddengoed en stoffen speelgoed op 60 °C.
- Ventileer woon- en slaapruimten. Laat ventilatieroosters altijd iets open, of zet het raam op een kier (met anti-inbraakstang of slot).
Lees voor meer informatie de NHG-Patiëntenbrief over Griep.
[Bron: RIVM, december 2007]